Shell investeert in biobrandstoffen

Shell investeert in biobrandstoffen

Op het Energy and Chemicals Park Rotterdam bouwt Shell een grote biobrandstoffenfabriek. De nieuwe fabriek heeft straks een jaarlijkse capaciteit van 820.000 ton biodiesel en hernieuwbare vliegtuigbrandstof.

De fabriek, die HEFA is gedoopt, verrijst naast de bestaande raffinaderij, op een terrein van ongeveer 28 voetbalvelden. HEFA staat voor Hydrogenated Esters and Fatty Acids. In de fabriek worden moleculen met waterstof en een katalysator uit elkaar gehaald en omgezet in biodiesel of hernieuwbare vliegtuigbrandstof. Dat beide producten uit een en dezelfde fabriek komen, is uniek te noemen.

CO2 afgevangen
De grondstoffen die voor de productieprocessen worden gebruikt, komen uit dierlijke vetten, plantaardige oliën (geen palmolie of andere voor voedsel bestemde oliën) en afgewerkte frituurolie. Wat de fabriek nog meer bijzonder maakt is dat er een eigen waterstoffabriek bijkomt voor de hydrogenatie, die gevoed wordt uit lichte restgassen die uit de kraakinstallatie komen. Daarnaast wordt de CO2 die vrijkomt, afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee.

Bouwstroomnetwerk
Shell voerde een aantal aanpassingen door in het bouwproces om stikstofuitstoot te verminderen. Zo worden er tijdens de bouw geen dieselgeneratoren ingezet, maar is er gekozen voor aanleg van een bouwstroomnetwerk. De fabriek kon een eigen elektriciteitsaansluiting krijgen via een onderverdeelstation in Hoogvliet, van waaruit een 1,6 kilometer lange ondergrondse elektriciteitsleiding is aangelegd.

Toekomstperspectief
Met de keuze voor Pernis als locatie voor deze investering, biedt Shell een toekomstperspectief voor medewerkers en de Rotterdamse haven. De eerste biobrandstoffen zullen de fabriek in 2025 verlaten. De oliemaatschappij is van plan op meer plekken in de wereld biobrandstoffenfabrieken te bouwen.