Zorgen over uitvoerbaarheid en concurrentiepositie bij verplichting hernieuwbare waterstof 02-07-2026 In een reactie op de internetconsultatie over het ‘Besluit jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie’ waarschuwt Deltalinqs voor belangrijke knelpunten die de effectiviteit van het besluit kunnen verminderen. “Hoewel wij de noodzaak van de transitie naar hernieuwbare waterstof volledig onderschrijven, signaleren wij dat de voorgestelde verplichting in de huidige vorm risico’s met zich meebrengt voor zowel het investeringsklimaat als de uitvoerbaarheid voor de industrie”, licht Deltalinqs-programmadirecteur Economische Transitie Marianne Boersma toe. Het ‘Besluit jaarverplichting hernieuwbare waterstof’ houdt in dat industriële gebruikers van waterstof per 1 januari 2026 verplicht zijn om een bepaald percentage hernieuwbare waterstof of waterstofdragers te gebruiken in hun processen en komt voor uit de REDIII, de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie.Ongelijk speelveld zet investeringsklimaat onder drukOnder de Deltalinqs-leden bevinden zich enerzijds koplopers die fors investeren in hernieuwbare waterstof, maar anderzijds ook industriële afnemers die geconfronteerd worden met snel oplopende operationele kosten. De voorgestelde verplichting dreigt het internationale speelveld verder te verstoren: Nederlandse bedrijven maken extra kosten die buitenlandse concurrenten vaak niet hebben en die zij nauwelijks kunnen doorberekenen in hun eindproducten. Daarbovenop ontstaat na 2030 een “subsidie-gat”, doordat de verplichting oploopt naar 9,9% in 2035 terwijl financiële steun na 2030 afneemt. Dit zet zowel investeringen in verduurzaming als het behoud van de industrie onder druk. “Wij roepen het ministerie op om de verplichting in lijn te brengen met Europese ontwikkelingen en te zorgen voor langdurige financiële ondersteuning”, aldus Boersma.Complexe en onwerkbare regels voor raffinagesectorEen tweede belangrijk knelpunt betreft de voorgestelde berekenings- en compliance systematiek, met name voor de (bio-)raffinagesector. De voorgestelde aanpak legt een zware administratieve last op bedrijven en is in de praktijk niet uitvoerbaar. De systematiek vereist dat raffinaderijen aantonen waar hun geproduceerde brandstoffen uiteindelijk terechtkomen, maar in de praktijk is dit echter vrijwel onmogelijk vanwege de complexe en internationaal verweven handelsketens, zoals die in de Rotterdamse haven. Bovendien leidt deze benadering tot een onterechte belasting van interne raffinagestromen en restgassen, waarin waterstof een rol speelt. Het is daarom noodzakelijk om een werkbare systematiek te ontwikkelen die aansluit bij bestaande administratieve processen, zoals bijvoorbeeld de methodiek voor hernieuwbare energie in vervoer.Uitzondering voor syngas noodzakelijkTot slot vraagt Deltalinqs in de consultatie aandacht voor de positie van syngas (synthesegas). In geïntegreerde industriële clusters, zoals in de Rotterdamse haven, wordt syngas lokaal geproduceerd en direct ingezet in vervolgprocessen. Het opnemen van de waterstoffractie in syngas binnen de verplichting leidt tot aanzienlijke technische en economische uitdagingen. Het risico bestaat dat productieprocessen hierdoor onrendabel worden, met als gevolg dat industriële activiteiten uit Nederland verdwijnen. Daarom is een expliciete en werkbare uitzondering voor syngas nodig binnen de reikwijdte van het besluit.Evenwicht tussen ambitie en haalbaarheidDeltalinqs steunt de ambitie voor een klimaatneutrale industrie volledig, maar juist daarom is het essentieel dat beleid niet alleen ambitieus, maar ook uitvoerbaar en economisch houdbaar is. Boersma: “Zonder de juiste randvoorwaarden bestaat het risico dat de industrie de transitie niet kan maken of uit Nederland vertrekt. We roepen het ministerie daarom op om de voorgestelde verplichting zo aan te passen, zodat verduurzaming hand in hand gaat met behoud van een sterke en concurrerende industrie in Nederland.”