Frisse blik op grondstoffen levert Cargill nieuwe kansen op
Bedrijven in de Rotterdamse haven staan voor een flinke opgave: duurzamere grondstoffen gebruiken, slimmer omgaan met reststromen en tegelijk concurrerend blijven. Maar waar begin je? De Grondstoffen Innovatie Studie (GIS), ontwikkeld binnen het Deltalinqs Climate Program met steun van de provincie Zuid-Holland, helpt bedrijven om die eerste stappen concreet te maken. Cargill testte de methode als eerste in een pilot.
Op een van de productielocaties van Cargill worden plantaardige oliën verwerkt tot allerlei industriële producten, van smeermiddelen en coatings tot grondstoffen voor cosmetica. Juist in zo’n complex proces kan een frisse blik waardevol zijn. ‘Wij hebben zelf al veel studies gedaan naar besparing’, vertelt Richard Franken, Manufacturing Technology Lead EMEA/APAC bij Cargill. ‘Maar we waren benieuwd of we dingen over het hoofd hadden gezien. Dan is het waardevol als experts van buitenaf opnieuw naar je installaties en processen kijken.’
Ideeën trechteren
Die frisse blik van adviesbureaus Tekkoo en TransitionHERO, die werden ingehuurd voor het ontwikkelen van de methodiek en het uitvoeren van de studie, leverde meteen ideeën op. In de eerste fase van de studie werd een brede lijst met mogelijke maatregelen opgesteld. ‘We begonnen met ongeveer dertig opties’, zegt Alwin Veldboom van Tekkoo, projectleider van de studie. ‘Van alternatieve grondstoffen tot optimalisatie van grondstoffengebruik en verwaarding van reststromen. Daarna hebben we die stap voor stap teruggebracht naar de maatregelen met het meeste besparingspotentieel en een aantrekkelijke business case.’
Die aanpak werkte als een trechter: eerst breed kijken, daarna samen steeds verder verdiepen. In korte cycli werden ideeën besproken, getoetst en doorgerekend. Zo ontstond uiteindelijk een shortlist van maatregelen die technisch en economisch interessant zijn voor de locatie én strategisch slim zijn. Daarbij is ook gekeken naar omgevingsfactoren zoals wetgeving en organisatiefactoren zoals wat een maatregel qua uitvoering vraagt van een organisatie.
Restwarmte gebruiken
Een concreet voorbeeld is het gebruik van restwarmte uit het productieproces. Die warmte ging tot nu toe grotendeels verloren via een koeltoren. Richard: ‘Door deze studie zagen we dat we die warmte kunnen gebruiken om afvalwaterslib te drogen. Daardoor halen we meer water uit het slib en hoeven er minder transporten plaats te vinden: beter voor het klimaat.’ Volgens hem zat de verrassing vooral in de businesscase. ‘De studie liet zien dat deze maatregel economisch interessanter is dan we op gevoel dachten. Dat soort inzichten helpen om een maatregel serieus te overwegen.’
Beter inzicht
Naast concrete ideeën leverde de pilot ook beter inzicht op in de processen zelf. ‘Alleen al doordat je data moet verzamelen en je processen opnieuw analyseert, ga je anders kijken naar je installatie’, zegt Richard. ‘Soms blijken bepaalde installatiedelen meer of minder energie en grondstoffen te verbruiken dan mensen altijd hadden gedacht.’
Ook bij andere bedrijven
Volgens Alwin was de pilot vooral bedoeld om een praktische methode te ontwikkelen en testen die ook bij andere bedrijven kan worden toegepast. ‘Het doel was niet om een rapport te schrijven dat in een la verdwijnt’, zegt hij. ‘We wilden een aanpak ontwikkelen die bedrijven echt helpt om maatregelen te vinden en meteen te kijken naar kosten, investeringen en terugverdientijd.’ Daarbij kan samenwerking in ketens tussen bedrijven een belangrijke rol spelen. ‘Sommige oplossingen zijn op één locatie te kleinschalig om rendabel te zijn, maar worden interessant als meerdere bedrijven meedoen. Denk bijvoorbeeld aan gezamenlijke verwerking van reststromen of installaties voor biogasproductie.’
GIS-methode breed beschikbaar maken
De pilot bij Cargill is dan ook vooral een begin. De ambitie is om de GIS-methode nog in 2026 verder toe te passen bij andere bedrijven en uiteindelijk breed beschikbaar te maken. ‘Het idee is dat dit een “open source”-aanpak is, zegt Alwin. ‘Hoe meer bedrijven ermee aan de slag gaan, hoe meer resultaat we boeken en hoe sneller de grondstoffentransitie kan gaan. De urgentie daarvoor neemt alleen maar toe.’ Ook voor Richard heeft de pilot waarde gehad. ‘Het heeft ons nieuwe inzichten gegeven waarmee we sowieso efficiënter kunnen werken en een bijdrage leveren aan meer duurzaamheid.’
Steun provincie belangrijk
Arne Weverling, Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, benadrukt het belang van hun steun voor de GIS-methode: ‘De transitie naar een duurzame en toekomstgerichte haven vraagt om lef, samenwerking én investeringen. Initiatieven zoals de Grondstoffen Innovatie Studie laten zien dat bedrijven met de juiste ondersteuning concrete stappen kunnen zetten richting slimmer grondstoffengebruik en minder uitstoot. Juist daarom is het belangrijk dat we als provincie dit soort trajecten financieel blijven steunen: zo versnellen we innovatie, versterken we onze concurrentiepositie en bouwen we samen aan een haven die klaar is voor de toekomst.’