Duurzame logistiek werkt pas als het ook loont in de praktijk

Duurzame logistiek werkt pas als het ook loont in de praktijk

Kees Groeneveld is sinds kort ambassadeur van pijler 2, Duurzame logistiek, binnen het Deltalinqs Climate Program. Vanuit zijn dagelijkse praktijk als logistiek dienstverlener ziet hij waar verduurzaming vastloopt, en vooral wat er nodig is om het wél te laten werken. Volgens Kees zit het ‘m vooral in slimme, praktische prikkels.

Kees Groeneveld is directeur van Euro Nordic Logistics, een logistiek dienstverlener die actief is in de Rotterdamse en Antwerpse haven. Het bedrijf is scheepsagent voor containervaart, bulk- en tankschepen en verzorgt daarnaast expeditie, opslag en distributie via weg, spoor en binnenvaart. Hij kent het havengebied goed: hij was tien jaar actief in het bestuur van Deltalinqs en was eerder voorzitter van de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors.

Waarom ben je ambassadeur geworden van deze pijler?
‘Ik heb me hier altijd over uitgesproken. Als we willen dat vervoerders investeren in duurzamer transport, dan moeten we dat ook belonen. Dat heb ik jarenlang gezegd in gesprekken met het Havenbedrijf, bij Deltalinqs en met commerciële partijen. Ik maak daar geen geheim van.’ Volgens Kees zit het probleem niet in gebrek aan ambitie. ‘De meeste ondernemers snappen prima dat verduurzaming nodig is. Maar uiteindelijk wordt er nog vaak op prijs gekozen. En dat begrijp ik ook, zeker in een markt die onder druk staat.’

Wat is het belangrijkste doel van deze pijler?
‘Als je het mij vraagt? Zorgen dat duurzame keuzes aantrekkelijk worden in de dagelijkse operatie. Niet alleen met subsidies of een korting op havengeld, maar vooral operationeel.’ Hij geeft een concreet voorbeeld. ‘Geef een schip dat op methanol of LNG vaart voorrang bij een ligplaats. Of geef een elektrische vrachtwagen een “green lane” bij een containerterminal, zodat hij niet twee uur in de rij staat maar binnen een half uur weer buiten is. Dan kan zo’n truck drie ritten per dag maken in plaats van twee. Dáár zit het echte voordeel voor de ondernemer om te gaan investeren in verduurzaming.’

Kees noemt Noorwegen als voorbeeld. Hij komt er zelf vaak en heeft met eigen ogen gezien hoe die praktische prikkels beter werken dan subsidies. ‘Daar hebben ze laten zien dat het werkt. Elektrisch rijden is daar groot geworden door praktische voordelen: vrij gebruik van spitsstroken, gratis op de ferry, parkeervoordelen. Niet door vervuilende auto’s meteen zwaar te belasten, maar door duurzame keuzes te belonen.’ Die aanpak ziet hij ook voor zich in de haven. ‘Maak het sneller en efficiënter om duurzaam te werken. Dan volgt de rest vanzelf.’

Wat houdt ondernemers nu nog tegen om te investeren in verduurzaming van de logistiek?
‘Niemand wil de eerste zijn. Duurzame schepen en voertuigen zijn duurder, en de brandstof vaak ook. Dan moet er zekerheid tegenover staan.’ Die zekerheid ontstaat volgens hem vooral in de keten. ‘We vertegenwoordigen een rederij die een vijftienjarig contract kreeg van een industriële klant. Daardoor durfde de bank mee te financieren en werd investeren in een duurzamer schip mogelijk. Dat soort langjarige afspraken maken het verschil.’ Daarnaast noemt hij infrastructuur als randvoorwaarde. ‘Je kunt alles willen elektrificeren, maar als laden niet mogelijk is of walstroom ontbreekt, houdt het op.’

Zie je voldoende vooruitgang binnen deze pijler?
‘Ja, zeker. Er gebeurt al veel. Elektrische binnenvaartschepen, slepers met elektrische schepen, warehouses met zonnepanelen. Scheepsontwerpen worden slimmer met bijvoorbeeld minder weerstand tegen de kiel. Soms uit kostenoverwegingen, maar het effect is hetzelfde: minder uitstoot.’ Tegelijkertijd waarschuwt hij voor onrealistische verwachtingen. ‘Schepen bouw je voor dertig jaar, vrachtwagens rijden rond de tien jaar. Dat is een lange periode.’

Wat wil je als ambassadeur bijdragen?
‘Ik wil vooral helpen om wensen uit de sector te verzamelen en een breed gedragen verhaal van vervoerders, terminals en verladers naar buiten te brengen.’ En dat hoeft volgens Kees niet altijd groot te zijn. ‘Zoals ik al aangaf, soms zit het in kleine, slimme ingrepen. Juist die kunnen duurzame logistiek echt in beweging brengen.’