Marcel Galjee (AkzoNobel): Ook na 2030 een levendige industrie

Marcel Galjee (AkzoNobel): Ook na 2030 een levendige industrie

Marcel Galjee (AkzoNobel Specialty Chemicals) is ambassadeur van de LOC Elektrificatie. Met acht ‘Letters Of Cooperation’ (LOC’s) hebben verschillende leden en partners van het Deltalinqs Energy Forum afgesproken om in 2018 activiteiten voor verduurzaming van processen en reductie van CO2 uit te voeren. Wat speelt hier en hoe ziet AkzoNobel zijn rol hierin? Vijf vragen aan Marcel.

Waarom ben je ambassadeur van deze LOC geworden?
Ik ben al jarenlang lid van Deltalinqs Energy Forum en ik ben al eerder ambassadeur geweest. Elektrificatie is één van de belangrijkste manieren om de Nederlandse industrie te verduurzamen. Bovendien behoort AkzoNobel Specialty Chemicals tot de meest energie-intensieve bedrijven van Nederland. Dus bij een LOC Elektrificatie konden wij niet ontbreken. Ik vervul mijn ambassadeurschap met plezier en enthousiasme.

Wat is het belangrijkste doel van jouw LOC?
Momenteel dat we elektrificatie verankerd zien in het komende Klimaatakkoord. En op korte termijn dat we naar heel concrete elektrificatieprojecten gaan. We praten al heel lang over elektrificatie. En ik hoef niemand meer te overtuigen van het de potentie van elektrificatie. Wel moeten we alle goede voornemens en ideeën echt gaan valoriseren.

Wat vind je zelf belangrijk?
Dat we het snel concreet maken. Bij AkzoNobel Specialty Chemicals is het hart van ons Rotterdamse proces een elektrochemisch proces: elektrolyse. In ons gehele bedrijf hebben wij een flinke CO2-emissie, zowel direct uit onze eigen processen, maar vooral uit ons elektriciteits- en grondstoffenverbruik. Dit biedt wel kansen om een flinke verbetering te laten zien. Ik wil dat in de praktijk brengen.

Wat zijn voor jullie de belangrijkste uitdagingen?
Ik zie er twee. De eerste is de concurrentiepositie van fossiele bronnen. We kunnen prima van duurzaam geproduceerde waterstof elektriciteit maken, maar het is de komende tijd nog steeds veel goedkoper om dat met aardgas te doen. Elektrificatie vergt grootschalige – en dus competitieve – duurzame productie. We moeten echt massaal opschalen met wind op zee en zon op land. Wat mij betreft bouwen we de Noordzee zo snel mogelijk om tot duurzame energiebron van Nederland. Tegelijkertijd moeten we deze duurzame energie inzetten om gericht de industrie te elektrificeren De tweede uitdaging zit hem in de technologie. Bijvoorbeeld: om industriële hoge temperatuurwarmte te maken heb je warmtepompen nodig. Hier zijn nog grote innovatieslagen nodig, er zijn nog geen elektrische warmtepompen met voldoende vermogen - druk en temperatuur - voor industriëel hoge temperatuurwarmte. Daar moet dus een oplossing voor komen.

Heb je het idee dat er voldoende voortgang wordt geboekt?
Over aandacht hebben we niets te klagen. Elektrificatie staat bij iedereen hoog op de agenda. Inclusief die van de samenwerkingspartners binnen het nationale Klimaatakkoord. Dus als het nu niet lukt om tot een concreet instrumentarium voor elektrificatie te komen, weet ik niet wanneer dan wel. Dit is het moment! Het jarenlange werk dat we binnen Deltalinqs hebben gedaan om hierop voor te sorteren, heeft daar zeker in meegeholpen. Ik ben dan ook heel optimistisch over het slagen van het Klimaatakkoord. Naar mijn mening zullen we wel moéten. Wanneer we met elkaar in Nederland de keuze maken die is geformuleerd in het Regeerakkoord: namelijk 49% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990, dan kunnen we niet te lang wachten. Het vergt grote investeringen, maar er staat ook heel wat op het spel: het verdienmodel van de BV Nederland na 2030. We willen immers ook in de toekomst een levendige en duurzame industrie in Nederland hebben!